Heilig
85 jaar was ze, een vrouw met opgestoken spierwit haar. Ze leek op koningin Emma van vroeger. Vroeg weduwe, moeder van acht kinderen. Ik woonde in haar huis 'op kamers', maar in de praktijk woonde ik in haar hele huis. Bij huis moet je denken aan een kleine voormalige arbeiderswoning in een volkswijk in Leiden. Als ik een feestje gaf mocht ik haar woonkamer gebruiken, dan ruilen we gewoon, zei ze. Onzin natuurlijk: ze was dan gast in haar eigen woonkamer. In die 5 jaar was ze vertrouwd geworden met mijn familie, mijn vrienden en vriendinnen.
Ze was altijd bezig voor mensen, deed boodschappen voor oude mensen in de wijk. Op een dag had ze een vrouw ontmoet die blind geworden was. Ze woonde in een andere, duurdere wijk, was heel alleen.
Wilt u mij helpen door mij voor te lezen, had ze gevraagd aan mijn huisgenote.
Vanaf die dag was ik er getuige van dat ze regelmatig hele middagen wegbleef, tegen zeven uur pas thuiskwam, moe, hongerig en vaak aangeslagen.
Uit haar verhaal concludeerde ik hoe ze geclaimd werd met urenlange frustraties en trieste verhalen. Ik hoorde tussen de regels door hoe ze verrot gescholden werd als ze iets niet vlug genoeg kon aanreiken.
Het is zo zielig voor haar, zei mijn huisgenote…
Ze is de blinde vrouw trouw gebleven.
25 Jaar geleden is het nu.
Als ik aan haar terug denk gaat er iets in mij open: Ik geloof weer in belangeloze goedheid !
