Dus wij ook?
Ze zaten in een kring – zoals iedere zondagmiddag - te praten over de zin en onzin van het leven. Wat had het leven hen geleerd, wat afgeleerd? Mensen van de straat, ongeveer vijftien van hen.
‘Ga naar alle hoeken en straten en laat iedereen weten: je bent van harte welkom op het feest!’ klonk het nogmaals.
Stilte.
‘Dus wij ook?’
‘Ja natuurlijk, jullie ook!’
‘Ja maar, kijk nu zelf. We zijn geen lieverdjes. Hier zit minstens twintig jaar bajes bij elkaar’
‘Er staat nergens, dat bajesklanten niet welkom zijn.’
‘Zou die Baas van jou wel weten, dat ik een heel kwaaie dronk heb? Ik kan zo’n feest goed verzieken!’
‘Weet Hij ongetwijfeld, maar er staat nergens, dat iemand met een kwade dronk niet welkom is!’
‘Dan moet die Baas van je wel een verdomd groot hart hebben.’
‘En ook nog op de goede plek!’
‘Kan niet anders!’
‘Dus wij allemaal.’
‘Ja.’
